Naar de beginpagina van Mondige burger.

Prinses Yeti en de exotische plantengebruikers.

Er was eens een hele mooie stad die ooit door koning Deetweetal was veroverd, maar ondanks dat was iedereen vrolijk en hadden de bewoners het erg naar hun zin, maar toen gebeurde er iets vreselijks. Want de dochter van  koning Deetweetal,  prinses Yeti moest toch maar eens gaan trouwen, maar omdat zij niet de mooiste was, raakte Deetweetal haar aan de straatstenen niet kwijt. Toen zij al over de vijfenveertig  was, zag zij ineens een  kikker bij de vijver en in een dwaze bui  kuste ze deze, maar tot haar grote schrik zat daar ineens de slechtziende prins van Alphen in zijn blote kont, want die was vroeger betoverd en toen zag Deetweetal zijn kans schoon om die twee aan elkaar te koppelen.
Prinses Yeti zag dat helemaal niet zitten en wat ze ook probeerde, de prins van Alphen bleef wie hij was, ze kuste hem wel honderd keer maar hij veranderde niet meer terug in een kikker.

En koning Deetweetal  was niet van het idee af te brengen dat die twee voor nakomelingen moesten zorgen, want er moest toch ooit een nieuwe koning komen.
Daar zaten de burgers dan, een valse prinses en  een soort kikkerprins die wel geen kikker meer was maar toch een beetje angstig keek naar elke ooievaar die langs vloog en zich steeds afvroeg waarom hij nu uitgerekend in een stad moest wonen met een ooievaar als logo.

Maar gelukkig kregen ze hulp uit Parnassia, daar kwamen de hulptroepen, karrenvrachten met gebruikers van de meest exotische planten, en die werden door prinses Yeti overladen met zakken vol goudstukken.
De Parnesiërs namen langzaam maar zeker de stad over en de burgers vluchtten hun huizen in en keken angstig naar buiten wat er allemaal gebeurde.
Ze zagen hoe hun eens zo mooie stad langzaam maar zeker ten prooi viel aan de exotische plantenzucht van de Parnesiërs. De mensen groeven gangen naar elkaars woningen en hielden geheime bijeenkomsten en smeedden plannen zodat zij via dit inter(ne)netwerk van gangetjes de vijand konden gaan verslaan. En toen ze zoveel moed hadden verzameld dat zij met honderden voor het Parnesische plantengebruikerspaleis stonden, klonk daar hoorngeschal en getrappel van paardenvoeten. (Geen video? klik hier)

Koning Deetweetal stuurde zijn musketiers op hen af.

De mensen stoven uiteen, maar ze kregen toch nog 14 raddraaiers te pakken, en die werden in de kerkers gegooid en prinses Yeti huilde bittere tranen over de handelwijze van haar onderdanen en deed nog eens de uitlegjes en dat ze het beste voor had met de burgerts.
Om het verdriet wat te verzachten gaf koning Deetweetal aan prinses Yeti de sleutel van de schatkamer en mocht de prins van Alphen de exotische plantengebruikerspaleizen beheren en kreeg zelfs de vrije hand om nog zovéél van die paleizen te laten bouwen als hij zelf wilde.
Hij kreeg ook een sleutel van een schatkamer, een wat kleinere als die van prinses Yeti, maar toch.
En de burgerts die hen zo vals hadden bejegend werden verbannen naar het vennemoeras en moesten de rest van hun leven tegen het exotische plantengebruikerspaleis aan blijven kijken.

En koning Deetweetal, die had toch nog maar even te gaan, voordat hij de scepter over zou dragen aan de toekomstige koningin Yeti. Dus die liet zijn prinsesje maar doen wat ze wou.

Lees ook;  De triomfatrice