Naar de beginpagina van mondige burger

19 okt.2007

Vennepark blijft een ramp.

En als het aan Bert van Alphen ligt, dan komen er nog 9 controversiële voorzieningen bij en het is niet te hopen dat het bij die toekomstige locaties net zo'n ramp wordt, zoals die zich zowat elke dag voltrekt aan het Vennepark, getuige dit ingezonden stuk van Shirley Marapin, die hoopt dat ze het geld voor de derde niet meer te realiseren gebruikersruimte gebruiken om Vennepark te verplaatsen.
Maar de Hagenaar elders in de stad, weet nog niet half wat hem of haar boven het hoofd hangt.
_______________________________________________________________________________
Ingezonden stuk van Shirley Marapin;

Ik droom van de dag dat ik niet meer hoef uit te leggen dat het onverantwoord en schadelijk is, om zoveel opgroeiende kinderen en jongeren met zoiets vanuit een nog wel gemeentelijk besluit op te zadelen.
Het feit dat het mag van de gemeente, politie, burgemeester en alle belangrijke mensen in de stad, om drugs te gebruiken, en dan nog er zo bij te lopen, te doen, te gedragen, dat hakt er wel in, in het verstand, gedachte en denkwijze van kinderen die het speelplein 7 dagen als hun tweede huiskamer zien, daar voor het drugsgebouw.
Ze groeien op, en denken er het hunne van, over die belangrijke mensen in de stad, ze begrijpen het ten eerste niet, maar horen in hun woonkamers thuis, dat het wel mag en toelaatbaar is van héle belangrijke mensen in de stad.
Het is erg krom, en het respect voor belangrijke mensen raak je zo wel kwijt.
Als zoveel kroms kan, mogen en kunnen ze (de jeugd) zichzelf ook wel eens krom gedragen, dat soort indrukken lopen ze op, met dit soort zaken.
Belangrijke mensen moeten in deze moeilijke tijden, waar opvoeden al een hele opgave is voor ouders, met name werkende ouders, hun deel van die sociale verantwoordelijkheid op zich nemen in de leefbare situatie van de burgers van de toekomst.
 
Juist dit soort kinderen in dit soort huizen, vaak met bepaalde achterstanden, hebben het al 2 keer zwaarder om zich op te werken, zich te bewijzen op school en later op de arbeidsmarkt, juist dit verdienen ze niet.
Dit verzwakt hun uitgangspositie, i.p.v. te versterken. 
7 dagen per week, alle dagen van het jaar, bij je huis, speelplein, straat, stoep, zovéél verslaafden heen en weer zien gaan en komen, en roepen en doen, dat hakt echt wel in, in de beeldvorming van de jeugd die zich aan het ontwikkelen is, en waar het leef- en woonmilieu een flink stuk in bijdraagt.
 
Het is wat anders, dan wel eens 2 verslaafden in je straat zien lopen of in een centrum ergens, dit is een concentratie, en dus klopt het niet, als sommige raadsleden roepen dat kinderen ook in de stad hier en daar met verslaafden in aanraking komen. 
Dit is een grote concentratie en niet te vergelijken met welke andere zomaar plek in de straat waar je woont, loopt, of naar school gaat.
Deze kinderen willen zich uitleven op het plein, maar de gevoelens van ouders t.o.v. het plein en de vrijheid en veiligheid die er vroeger was, is doodgewoon veranderd. En dus brengt het beperkingen voor de kinderen met zich mee, die recht hebben op hun oude manier van buiten vertoeven, zoals vóór de opening hier. En hiervan zal geen ouder aangifte gaan doen, want bedenken die ouders, dat de weldenkenden aldaar in het prachtige nette pand aan het Spui dat zelf ook wel kunnen bedenken.
 
Ik hoef niemand te vertellen dat er in diverse opzichten in de leefbaarheids- en veiligheidsgevoelens, wijzigingen zijn opgetreden hier in dit buurtje, bij dit pleintje. Daar hoef je niet deskundig voor te zijn om het zo in te kunnen schatten, te kunnen  bedenken, en spelen er zich zaken af die als incidenten bestempeld mogen worden, waarvoor je aangifte zou moeten doen bij de politie, maar daar wordt je niet serieus genomen en wordt je afgepoeierd. En dus beweren de politiecijfers dat het goed gaat, en daar teert de burgemeester op, en dan schuiven ze 24 blz en een rapportage van de voorzitter van de begeleidingscommissie, voormalig wethouder van welzijn, de heer Ramlal, doodgewoon terzijde, alsof het bijna de waarde van toiletpapier heeft.
 
Als mensen, bewoners die werken, die iets willen opbouwen in hun leven, die moeite doen in het leven om met een beetje geluk, een fijn buurtje op te bouwen, waar ze wonen, die klaar staan voor elkaar, niet serieus genomen worden, en maar blijven roepen in een woestijn, dan neemt het respect dat zulke bewoners behoren te hebben voor volksvertegenwoordigers met recht af.
Bewoners zijn ook geconfronteerd met waardedaling van hun huizen, maar dat boeit de gemeente niet, die vindt het best, want ze sluiten hun oren daar liever ook voor, en die bewoners worden dubbel gepakt, maar wie ligt daar wakker van? Ach ja, niemand anders dan de gedupeerden zelf.
 
Waar is de gerechtigheid in deze zaak?
 
Enerzijds jammer dat het hier niet een buurtje is waar voornamelijk sterke autochtone bewoners, ouders wonen, dan had de gemeente wel anders gepiept bij het speelplein van hun kinderen
Bij het verdomde klootjesvolk is het makkelijk zat, alleen tegenwoordig leest ook het klootjesvolk internet, volgt het nieuws, schoolt zich, en denkt er het zijne van, ja, soms onuitgesproken gebleven in openbare plekken, maar steeds meer in de eigen woonkamers, huizen. 
En ook hier broeit iets, net zoals in de grote steden elders in het land, en ook hier mag het niet zo lopen dat vroeg of laat die opgebouwde wrok en haatgevoelens zich gaan uiten bij een vroeg of laat te verwachten incident met een verslaafde.
Er zijn gevoelens die niet bevredigend zijn opgelost bij deze buurtbewoners t.a.v. van dit hele gebeuren, hun verzet in de aanloopperiode, hun inspraken, hun verzoeken, hun rechtsgang, de gedane beloften door de politiek, niks heeft tot iets zinnigs geleid, het enige resultaat is dat ze vandaag met z'n honderden daar zitten vanwege dat opgedrongen feit op een verkeerde plek.
 
De afspraak dat de verslaafden zich niet op het plein zouden begeven, is een onmogelijke zaak voor hen gebleken, ze zijn in hun roes, en ze lopen er dwars doorheen, doet hun dutje daar op de bank.
Wethouder Klijnsma hield de bewoners voor, dat het alleen om verslaafden van de Schilderswijk ging en dat is een leugen gebleken, ze komen van overal, daar hebben bewoners het geregeld over, van waar ze, ze allemaal zien komen aanlopen, fietsen.
De belofte van de heer Deetman dat de bewoners er geen last van mogen ondervinden, ook niet een beetje, is waardeloos gebleken, overlast is in meerdere opzichten aanwezig.
De afspraak dat Parnassia een goede buur zou zijn, is ook een leugen gebleken, als zich iets voordoet, en een gedupeerde bewoner staat voor de deur, komen ze niet, of ze sturen een moeder met een kind op haar arm zomaar weg, en de politie is ondanks die camera's op zo'n moment nergens te vinden.
 
Maar opnieuw, is al mijn geschrijf, het zelfde wat de ouders, bewoners hier denken, alleen zij verwoorden het niet zo tegen anderen, maar wel onderling hier tegen elkaar.
 
Ik weet en garandeer jullie dat de woede, van al die moeders die opgepakt waren, verscholen zit in de huizen, en dat het niet te hopen is, dat die uitbarsting zich weer voordoet, maar het lontje is zeer kort als het om hun eigen kinderen gaat, dat hebben de politiek, de politie en anderen kunnen zien bij de opening van de harddrugsgebruikersruimte. De vlam sloeg  in die hete pan!

De bewoners hebben eerst lang en breed verzocht, acties gevoerd, en op het eind waren ze ten einde raad, ze zagen dat het toch geopend werd, en dat hun stem en roep geen ene bal waard was, en ze verloren hun hoofden, omdat het moeders zijn, en moeders zijn bijna dierlijk indien blijkt dat hun kinderen niet meer veilig zijn.
 
Waar een wil is is er een weg.
 
Albert van der Zalm heeft zo zijn best gedaan, hij verloor daar aan het Spui de strijd, ik doe zo mijn best, in de hoop dat er verstandige mensen daar rondlopen, die zien dat de wereld niet zo klein is, dat kinderen dit niet aangedaan mag worden.
Kinderen kunnen het niet voor zich zelf opnemen.
 
Soms komen de kinderen naar mij toe gehold, als ik mijn auto na het werk parkeer, en vertellen ze me wat ze hebben gezien, of wat de junk zei, omdat deze kinderen ondertussen denken dat ik de zaak ooit oplos, dat ik de junks weg kan krijgen.
Dan vertellen ze me, en vragen de kleine Turkse meisjes van gemiddeld 8 jaar mij b.v.:
"en wat gaat u eraan doen?"
Dan antwoord ik: "ik vind goed dat jullie het mij komen, ik ga het aan die belangrijke mevrouwen en meneren doorvertellen." En ze kijken mij met vertrouwen aan.
Onlangs stond ik een foto te maken van een verslaafde in zijn gekke bui, en een kleine man, schoffie van ongeveer 10 jaar kwam bij me staan, en begon met me te praten, en toen hij wegliep zei hij: "ik wens u succes, ik hoop dat het gaat lukken met wat u doet" En hij keek me aan, waarvan ik dacht, hij zijn toch geweldige kleine mensjes die hier wonen, ze kunnen als ze willen, zelfs met respect praten, en zich goed gedragen.
Ze zien het belang in van waarmee ik bezig ben, en hun houding van straatschoffies verandert in oprechte belangstelling, en het zijn net kleine heren dan. Soms rennen ze als ik met boodschappentassen kom aanlopen, om me te helpen dragen, terwijl ik weet dat het kleine deugnieten zijn, bij mij staan ze in een houding van; u helpt ons, dus wij helpen u.
 
Of ik stap in mijn auto gehaast, of loop buiten, komt b.v een kleine man op zijn fietsje aanscheuren naast me, en vertelt me iets over een junk en scheurt weer weg met zijn fietsje, of de bewoners die mij vrijwel allemaal kennen, houden me aan en zeggen dit of dat wat zich heeft voorgedaan m.b.t. de verslaafden.
Of ze komen aan mijn deur bellen, en zeggen, mevrouw, mevrouw.....
 
En zo is er dagelijks wel wat, een praatje hier een praatje daar en zo is er betrokkenheid en een gevoel dat ons bindt met elkaar, het gevoel is de verloren strijd, de onbegrepen strijd. Met steeds een treurige ondertoon, een ondertoon van woede en onbegrip, en een ondertoon, van vroeg of laat pakken we ze terug, en dat laatste vind ik het meest zorgelijk.
 
De kinderen geven mij hun vertrouwen hier, het zijn kleintjes, de grotere stoere binken klagen niet, een enkeling onder hen verdient er zelfs aan dat het pand daar staat.
Ik moet er iets mee, daarom blijf ik roepen.
En bovendien, ondanks dat ik 5 dagen werk, zie ik voldoende zaken die niet gepast zijn, die niet zijn zoals het was, die verslechteringen zijn, ook de blijmoedigheid van de bewoners die er voor de opening was, is mistroostig geworden, de sfeer is verloren gegaan, men zou liever weg willen uit dit gedeelte van de buurt, maar zit vast, dus er is geen sprake van opbouwende gevoelens, maar een gevoel van verlies overheerst.
 
Feit is ook dat dit drugspand letterlijk een eiland is geworden hier, het is niet opgenomen door dit buurtje, door geen enkele bewoner, bewoners zetten nimmer een stap om een praatje te maken met die verslaafden, dat komt ten eerste door angst, ten tweede door de onderliggende woede die er dus nog steeds is.
De verslaafden zullen ook echt wel aanvoelen dat ze ongewenst zijn. 
Zeg dan niet dat de bewoners niet aardig of oneerlijk zijn, want dat is het gevolg van die door de politiek doorgedrukte ellende.
 
Soms ben ik zó boos, en zeg ik de zaken wat minder beschaafd.
De kern van mijn roep is, dat het niet eens een roep zou moeten zijn, het zou een begrip moeten zijn bij de raad en ze moeten tot het besef komen dat het hier weg moet.
 
Shirley Marapin